Scholen werken hard aan regionale kwaliteitsagenda

De mbo-scholen werken op dit moment hard aan het opstellen van een nieuwe kwaliteitsagenda. Eind oktober is de deadline voor het plan. Michiel Scheffer, voorzitter van de commissie die de agenda’s beoordeelt, is positief gestemd: ‘Dit is een unieke kans voor scholen om de samenwerking in de regio verder te versterken.’

We spreken Michiel Scheffer tijdens de nationale opening van het mbo-schooljaar in Tilburg. Scheffer ziet de aanwezigheid van Willem-Alexander bij de opening als een van de vele tekenen dat het mbo bezig is aan een gestage opmars. De Koning benadrukte in zijn voordracht dat de Onderwijsinspectie kritisch is over de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs, maar dat het mbo de gunstige uitzondering is. Voor studenten, docenten en iedereen die betrokken is bij het beroepsonderwijs vormen de lovende woorden van de Koning volgens Scheffer een stevige steun in de rug.

Kwaliteitsafspraken
Het gaat dus goed met het mbo, maar het kan altijd nog beter. Scholen werken hieraan, onder andere via kwaliteitsafspraken. De nieuwe aanpak, waarover het ministerie en de MBO Raad begin februari het bestuursakkoord Trots, vertrouwen en lef sloten, biedt scholen veel ruimte om eigen accenten te leggen. Iedere school stelt een eigen agenda op, die aansluit bij de specifieke kenmerken van de regionale arbeidsmarkt. Michiel Scheffer: ‘Het is de bedoeling dat scholen de agenda echt samen opstellen met vertegenwoordigers van werkgevers en overheden. Het is daarmee niet alleen een kwaliteitsagenda voor de school, maar voor de hele regio.’

Zijn scholen blij met de nieuwe werkwijze?
‘Het is een nadrukkelijke wens van scholen geweest om zelf meer invloed te hebben op de inhoud van de kwaliteitsagenda’s. Begrijpelijk: de ene regio staat nu eenmaal voor andere uitdagingen dan de andere. Iedere regionaal ecosysteem kent zo z’n eigen vormen van samenwerking en richt zich soms op hele uiteenlopende thema’s.’

Hoe gaat de commissie te werk?
‘De eerste taak van de commissie is te beoordelen of de agenda’s van voldoende kwaliteit zijn. We baseren ons daarbij niet alleen op het ingediende plan, maar oriënteren ons breed. We gaan bijvoorbeeld in duo’s ter plaatse op bezoek om de agenda te bespreken. Dit is geen papieren exercitie. We hebben overigens niet alleen een beoordelende rol. We willen ook een klankbord voor de scholen zijn. Het opbouwen van een goede relatie met de scholen vinden we van groot belang. De commissie wil uiteindelijk een bijdrage leveren aan de uitdagingen waar de instellingen voor staan.’

Wat gebeurt er als het oordeel van de commissie negatief is?
‘We komen eerst (eind maart 2019, red.) tot een voorlopig oordeel. Scholen hebben vervolgens nog een maand de tijd om hun plan aan te passen. In juni komen we dan met een definitief advies aan de minister. Die neemt vervolgens voor 1 augustus 2019 een besluit.’

Zijn scholen verplicht om mee te doen?
‘Nee hoor, scholen hoeven niet mee te doen. Ze missen dan echter wel de kans om de regionale samenwerking te versterken. En ook financieel hangt er wel het een en ander van af. Scholen met een positief oordeel ontvangen tussen 2019 en 2022 in vier tranches hun deel van de kwaliteitsmiddelen. Daarnaast kunnen ze ook nog aanspraak maken op een deel van het resultaatafhankelijke budget. Met het geheel is een fors bedrag gemoeid, in totaal zo’n 1,6 miljard euro.’

Waar gaat de commissie speciaal op letten?
‘Bij ons advies baseren we ons op het vastgestelde beoordelingskader zoals dat te vinden is in de regeling kwaliteitsafspraken. Cruciaal is denk ik dat scholen een verband leggen tussen ontwikkelingen in de regio, bijvoorbeeld op het gebied van de arbeidsmarkt, en de ambities die de school stelt. Ik ben daarom ook blij dat de commissie breed is samengesteld: naast voormalige bestuurders van scholen bestaat de commissie ook uit vertegenwoordigers van werkgevers en lokale overheden. Daarmee kunnen wij nog beter naar alle aspecten van de regionale agenda kijken.’

Heeft u nog tips voor de scholen?
‘Maak gebruik van de ruimte die de regeling biedt. Zorg voor focus, maak zichtbaar welke afspraken je de komende vier jaar wil realiseren, op welke wijze je de aanvullende bekostiging daarvoor wil inzetten en maak gebruik van de helder omschreven beoordelingsgebieden in de regeling. En vooral: grijp deze kans om de regionale samenwerking te versterken. Als er vragen zijn, kunnen die altijd gesteld worden. Stuur ons een mail en u krijgt snel antwoord.’